Onderplaat

De onderplaat voor een zetkast maak je bij voorkeur uit dezelfde dikte als de zetrand, in dit geval 0,5 mm. Gebruik deze dikte ook bij dunnere zetranden vanwege de stevigheid van het geheel. Gebruik voldoende materiaal voor de onderplaat, neem ongeveer een halve centimeter tot een centimeter speling rondom de steen. Houdt ook rekening met de breedte van sierdraden. Teken het juiste formaat af op een plaat van 0,5 mm en zaag dit uit. Als je jouw .925 stempel op deze onderplaat wilt zetten in plaats van in de ringband, doe je dit na het uitzagen van de onderplaat. Stempel hem op een goede plek en geef daarna een slag aan de andere kant van jouw onderplaat om hem een beetje uit te deuken. De stempel blijft enigszin zichtbaar aan de andere kant van de onderplaat zodat je goed kunt zien hoe je jouw zetrand hierop moet zetten.

Zetrand op onderplaat solderen

Controleer of de zetrand precies aansluit op jouw onderplaat. Er mogen geen gaatjes meer zichtbaar zijn. Schuur eventueel de zetrand nog wat, en/of hamer de onderplaat platter. Een sierrandje is vaak rond, haal deze ook een aantal keer over het schuurpapier heen om hem een enigszins plattere onderkant te geven. Hierdoor soldeer je hem beter vast aan de onderplaat.

Gebruik vervolgens een soldeermatje. Leg deze op de soldeersteen. Plaats hierop de onderplaat met daarop de zetrand. Het is al bekend dat soldeer kruipt naar waar het het heetst is. In dit geval moet een zetrand op een onderplaat komen. Het is dus belangrijk dat de onderplaat heter wordt dan de zetrand, anders kruipt het soldeer omhoog op de zetrand. Daarom gebruik je een stalen soldeermatje, je kunt hiermee onder het matje verhitten en de onderplaat dus heet krijgen. De volgende stap kun je in twee keer doen: eerst het zetrandje op de onderplaat, daarna de sierrand hierbij. Het kan ook in een keer.

Knip 4 stukjes soldeer af, voor ieder kwart van de zetrand 1. Leg deze op de soldeersteen met ongeveer een centimeter ertussen. Pak een soldeerpen. Breng fluoron aan op de zetrand en onderplaat, waar het aan elkaar gesoldeerd wordt. Zet een brander aan en brand eerst deze fluoron voor, zodat het bruisende effect is gestopt. Stop dan met branden. Dit is nodig voor beginnende cursisten, omdat anders soldeertje vaak wegspringen door het bruisende effect van fluoron. Omdat er gebruik gemaakt wordt van een soldeermatje, springen deze soldeertjes vaak precies onder het matje. Verhit vervolgens een soldeertje op de soldeersteen en probeer deze op te tillen met de soldeerpen. Dit is een kwestie van oefenen. Leg op ieder kwart een soldeertje tegen de zetrand aan op de onderplaat. Dit soldeertje leg je in het midden van een kwart, daar waar jij de meeste ruimte eromheen hebt gecreëerd door de onderplaat rechthoekig te zagen. Als het soldeertje namelijk smelt, maar er nog niet goed verhit is, creëert het soldeertje een vlek op de onderplaat. Deze kun je makkelijker begeleiden wanneer je wat meer ruimte eromheen hebt qua zilver. Anders bestaat het risico dat je jouw onderplaat richting de zetrand gaat smelten.

Wanneer je de zetrand en sierrand vast wilt solderen aan de onderplaat richt je je dus afwisselend op de kwarten. Houd de brander redelijk horizontaal, zodat de vlam ook onder de onderplaat kan komen. De onderplaat moet het heetst worden. Volg de lijn van de pijlen hierboven aangegeven en beweeg de brander over het kwart. Blijf soms even hangen op het soldeertje, om deze als het ware wakker te maken zodat hij mee blijft doen. Wanneer je dit goed doet, wordt de warmte over het kwart verdeeld en smelt het soldeertje over een grote rand. Dan weet je dat je de juiste temperatuur op dat kwart hebt bereikt, maar vergeet niet: zilver geleidt de warmte. Ga dus direct over op het volgende kwart en werk zo de hele zetrand af. Overal zul je een ‘nat’ effect zien, wat aangeeft dat het soldeer overal is tussen gesmolten en het dus een geheel is geworden. Wanneer je hier beter in wordt, kun je het proberen met minder stukjes soldeer en uiteindelijk heb je nog maar een stukje nodig wat je rond de hele zetrand kunt begeleiden.

Hierna koel je het geheel af en kook je het af. Check na het afkoken of alles goed vast is gesoldeerd. Zo niet, dan verhit je nog eens, je hoeft hierbij geen nieuw soldeer aan te brengen als het overal was gesmolten. Zijn jouw soldeertjes eraf gevallen? Voeg dan wel nieuw soldeer toe. Voeg altijd fluoron toe als je gaat solderen.

Als het geheel goed vast zit ga je dit uitzagen. Blijf hierbij ongeveer een millimeter van de sierrand vandaan. Na het uitzagen vijl je het tot een mooi geheel. Wanneer je een sierrand hebt gebruikt is het vaak mooier als je jouw onderplaatje rondom diagonaal afvijlt, zodat het sierrandje als het ware overloopt in de onderplaat. Anders zie je drie duidelijke gedeeltes.

Belangrijk is dat je niet jouw steen hierin zet. Je krijgt deze er niet meer uit en moet dit geheel nog solderen op de ringband. Zet dus absoluut niet jouw steen in de zetkast.

Indien je een open zetkast wilt maken, is dit het moment waarop je een gaatje kunt boren in de onderplaat. Vervolgens zet je hier jouw zaagje in en zaag je een bepaalde vorm in de onderplaat. Teken deze altijd eerst voor met een kraspen.

0
    0
    Jouw winkelwagen
    Jw winkelwagen is leegTerug naar de shop