Ringmaat berekenen en materiaal zagen

Laat cursisten die dit nog niet hebben gedaan de ringmaat bepalen waarin ze de ring willen maken. Gebruik hiervoor de ringmeters en bekijk de maat voor de zekerheid op de ringstok. Maak je een ring met een gesplitste ringband? Bereken dan hoever je de ringband wilt splitsen. Normaal gesproken is dit ongeveer 6 tot 10 mm. Tel dit op bij de ringmaat, bijvoorbeeld in maat 18 met 10 mm uit elkaar wordt maat 19 mm in lengte.

Dan moet de dikte van de ringband gemeten worden. De formule die we gebruiken is (ringmaat in diameters + dikte materiaal) X PI (=3,14) = lengte van het materiaal voor de bepaalde ringmaat. Check altijd of hun uitkomst straks klopt, ze vergeten vaak de haakjes en nemen vaak de breedte in plaats van de dikte van het materiaal.

Zodra deze uitkomst bekend is, pak je het gewenste materiaal voor de ringband. Indien een brede ringband gemaakt wordt, gebruik je een plaat van minimaal 0,8 mm dik. Belangrijk is dat je eerst het uiteinde van het materiaal recht afvijlt. Gebruik daarna een schuifmaat om de juiste lengte van het materiaal in te stellen. Teken de juiste lengte af op het materiaal en pak het zaagje. Maak een ‘schuine’ inham en zaag vervolgens de ringband recht af, waarbij je de zaag zo verticaal mogelijk houdt. Je kunt eventueel de zaag een keer door kaarsvet halen om hem soepeler te laten zagen. Laat de zaag het werk doen, zet niet te veel druk, anders breekt een zaagje snel. Zodra dit stukje is afgezaagd is het van de cursist. Weeg het stukje en noteer zo gedetailleerd mogelijk in het boek op het briefje wat de cursist aanschaft (bv rechthoekige ringband 3×1 mm 59 mm / ringmaat 18 mm).

Vijl vervolgens het uiteinde af met een rechte vijl (90 graden hoek).

Uitleg tangen

Er zijn verschillende tangen om verschillende vormen in materiaal te krijgen. Zo is er een halfronde tang om een ringband te buigen (de halfronde kant komt in de binnenkant van het materiaal om krasjes te voorkomen). Een puntige platte tang is weer ideaal om bijvoorbeeld een scherpe kleine hoek te maken, zoals nodig is bij bijvoorbeeld een vierkant zetrandje, wat om een vierkante steen komt. Een kleine ronde tang is weer ideaal om een klein verbindingsoogje te maken, voor bijvoorbeeld kettingen.

Buigen ringband

Voor het buigen van de ringband gebruik je dus de halfronde tang. Je gaat hiermee vanuit het uiteinde van het stukje ringband de ringband buigen. De uiteindes moeten hierdoor perfect op elkaar aansluiten. De ringband zelf hoeft nog niet perfect rond te zijn, dit komt later. Dit is het prepareren voor het solderen. Jouw materiaal moet helemaal klaarliggen om te kunnen solderen. Met solderen kun je iets aan elkaar verbinden, maar niet iets opvullen. Dit betekent dat alle gaatjes en openingen zichtbaar zullen blijven. Buig dus de uiteindes perfect aan elkaar. Vaak moet je hierbij ook het materiaal een paar keer over elkaar heen buigen, zodat het in de juiste houding blijft staan.

Uitleg branders, fluoron en soldeer

Vervolgens wil je dat jouw gebogen stukje ringband een geheel wordt, je gaat hem daarom solderen. De houder voor de brander is bedoeld om hem rechtop te laten staan. Leg nooit jouw brander plat op tafel, zet hem altijd in zo’n houder. Tijdens het solderen mag je de houder eraf halen. De branders zet je aan de zijkant of achterkant eerst aan door hem te draaien. Je hoort dan een sissend geluid van gas. Vervolgens druk je de knop in en ontstaat een vlammetje. Het puntje van dit vlammetje is het heetste punt van de brander. Dit puntje gebruik je dus om te solderen, hiermee heb je snel resultaat. Je raakt als het waren jouw te solderen gedeelte aan met dit puntje. Als cursisten gaan solderen, kijk dan altijd mee. Je zult ze vaak moeten herinneren aan dit puntje. Na het solderen draai je de brander goed dicht.

Tijdens het solderen maak je gebruik van fluoron. Dit is het gele of bruinige vloeibare middel in de kleine plastic potjes. Dit breng je aan met een kwastje op jouw te solderen gedeelte. Fluoron is enerzijds vloeimiddel wat helpt om jouw soldeer makkelijker ergens tussen te laten vloeien, anderzijds beschermt het jouw materiaal. Als solderen niet lukt, is de cursist vaak fluoron vergeten. Gebruik liever teveel dan te weinig fluoron. Fluoron zal altijd een beetje bruisen en daarna wittige aanslag vormen wanneer het wordt verhit.

Om daadwerkelijk iets te solderen en dus aan elkaar te verbinden heb je soldeer nodig. Het solderen zelf is bedoeld om een stevige, blijvende verbinding tot stand te brengen en noem je daarom hardsolderen. Om het gehalte zilver zo hoog mogelijk te houden in het product gebruik je voor een zilveren ring zilversoldeer. Dit materiaal bestaat voor een groot gedeelte uit zilver, maar heeft een legering met onder andere zink, cadmium en koper, om de smelttemperatuur te verlagen.

In een sieraad heb je vaak meerdere kleine verbindingen nodig. Daarom gebruik je verschillende soldeer;

  • Soldeer 1: hard: 700 graden: dit is het eerste metaal dat je gebruikt om te solderen, dit heet ook wel hardsoldeer. Het heeft de hoogste smelttemperatuur, waardoor het bij volgende stappen intact blijft en niet meer smelt. Hiermee soldeer je jouw ringband en ook een zetrandje. Gebruik het als eerste stap bij een nieuw project.
  • Soldeer 2: middel: 680 graden: dit is de tweede soldeer die je gebruikt. Bij het solderen met soldeer 2 bereik je eerder resultaat dan met soldeer 1, jouw werk met soldeer 1 blijft dus intact. Gebruik soldeer 2 bij de tweede stap in jouw werkstuk, bijvoorbeeld het solderen van een zetrand op een onderplaat. Of een sierrandje op een onderplaat met en zetrandje er al op.
  • Soldeer 3: zacht: 660 graden: gebruik soldeer 3 als derde stap van jouw project. Deze soldeer smelt het snelst. Bij reparaties kan deze soldeer bijvoorbeeld ook goed gebruikt worden, wanneer zo min mogelijk van een sieraad verhit moet worden (met bijvoorbeeld een steen erin). Je wilt resultaat met een zo laag mogelijke smelttemperatuur. Gebruik soldeer 3 bij het solderen van jouw zetkast op de ringband.

Voorbeeld ter verduidelijking: Je stopt met branden zodra je resultaat hebt bereikt. Je ziet jouw soldeer vloeien waar het heen moet. Als soldeer 1 smelt bij 700 graden, soldeer 2 bij 680 graden en soldeer 3 bij 660 graden, blijft het voorgaande altijd intact wanneer je gaat verhitten.

Afkoken
Tijdens het solderen verkleurt jouw materiaal. Zilver kleurt eerst bruinig, daarna rood en zwart. Zodra zilver kersenrood kleurt, gaat het richting het smeltpunt. Haal dan direct de brander weg.

Door het solderen wordt het materiaal vies. Er ontstaat een zwarte waas op het zilver, een laagje viezigheid. Dit is een soort muurtje, jouw soldeer kan hier niet doorheen. Als het solderen lang niet lukt, ontstaat er zo’n muurtje en moet eerst dit muurtje weg voordat je weer kunt solderen. Na het solderen moet je dus jouw project afkoken. Pak jouw project op met een soldeerpincet. Eerst houd je hem hiermee even kort onder water om hem af te laten koelen. Dit hoeft maar heel kort, je hoort een sis hierbij. Het koelt direct af, je kunt het daarna ook gewoon aanraken. Na het afkoelen leg je jouw product in het zuurbad. Dit zit in de glazen theepot. Dit is een mengsel van vitrexpoeder en water. Vitrexpoeder is verdund zwavelzuur. Verwarmen van dit zuur versnelt de werking. In het zuur wordt het metaal weer schoon en ontstaat een klein dun laagje puur zilver op het metaal, dit is een wittige waas. Zodra het mooi wit is, kun je het eruit halen. Doe dit altijd met het koperen pincet, deze kan tegen het bijtende zuur. Ga er nooit met je handen in. Doe ook altijd het deksel erop om ongezonde dampen te voorkomen.

Hulpmiddelen bij solderen

Je kunt een soldeerpen gebruiken om een stukje soldeer op te pakken en ergens tussen te laten vloeien. Je gebruikt een soldeerpincet om jouw product op te pakken na het solderen.

Ringband solderen

Om de ringband te solderen moet het soldeer in de spleet van jouw gebogen ringband vloeien. Knip eerst een stukje van ongeveer 1/1 mm van soldeer 1 af. Dit is afhankelijk van jouw ringbandbreedte, gemiddeld genomen kun je dit qua grootte aanhouden. Is de ringband breder, neem dan voor de zekerheid iets meer. Je gebruikt een plaatschaar om dit stukje af te knippen. Knip eerst een reepje voor, waar je vervolgens kleine stukjes uit kunt knippen. Knip niet met het puntje van de plaatschaar, maar iets verder erin, dit gaat makkelijker. Houdt met je wijsvinger het stukje soldeer tegen tijdens het knippen, deze springt snel weg.

Leg dit stukje soldeer neer op de soldeerplaat en leg vervolgens de ringband er plat op. Het spleetje leg je op het stukje soldeer. Vervolgens breng je met een kwastje een druppel fluoron aan op het spleetje, dit is nu klaar om te solderen.

Haal de brander uit de houder en zet deze aan. Wijs hierbij niet op de tafel uiteraard, maar houd hem in de lucht voor je. Wijs met de brander recht op het spleetje in de ringband. Soldeer kruipt altijd naar het heetste punt, houd de brander dus recht op het spleetje, zodat hij recht omhoog kruipt. Als je hem schuin houdt, verhit je de linker of rechterkant van de ringband vaak meer dan de andere kant. Hierdoor heb je het risico dat het soldeertje naar links of rechts kruipt in plaats van het midden. Met het puntje van de brander wijs je op het spleetje. Het soldeertje wordt vloeibaar en ziet er hierdoor nat uit. Dan ineens kruipt hij omhoog tussen de spleet om de ringband te verbinden.

Pak met een soldeerpincet jouw ring op en houdt deze even in het bakje water. Daarna leg je hem in het zuur om hem af te koken en dus schoon te maken. Kijk na ongeveer een minuut of 2 of je al een witte laag ziet, dan kan hij eruit.

Ringband rond tikken

De vorm van de ringband was nog niet perfect rond. Om deze perfect rond te maken gebruik je een tribulet (staande apparaat met blauwe staander). Zet hier jouw ringband overheen en tik deze rond met de kunststofhamer om deuken te voorkomen. Kijk van boven of je nog gaten ziet, daar tik je hem dan nog even totdat hij perfect rond is. Mocht je later een gehamerd patroon in jouw ringband willen maken, dan kun je de stalen hamer gebruiken om hier vlakjes in te tikken.

Check na het hameren de maat voor de zekerheid.

Zilverstempel aanbrengen

Na het rondtikken (of eventueel ervoor) wil je een gehaltestempel aanbrengen in jouw ring om aan te tonen dat dit een sterling zilveren ring is. We hebben het al uitgelegd, maar herhaal dit even. In zilveren ringen toon je het gehalte aan puur zilver aan door .925 in de ringband te solderen, 92,5% is puur zilver, aangevuld met zink en koper om het zilver harder te maken en dus bewerkbaar voor een ring. Een stempel geeft altijd de basis van het materiaal aan. Ook in vergulde ringen komt dus een stempel met .925. In een gouden ring stempel je .585 voor 14k goud (58,5% puur goud) en .750 voor 18k goud (75% puur goud). De stempel is gebogen om deze te kunnen gebruiken in ronde ringen. Zet de ring haaks op een aambeeld (deze zitten vast aan de bankschroeven op de tafel, laat ze niet tikken op het hout, omdat dit meeveert). De stempel zet je er dan in en je geeft één keer een harde tik met de hamer. Je wilt één keer de stempel kunnen lezen. Stempelen is een vak apart, een goede stempel zetten kan soms best moeilijk zijn, vooral op ronde, dunne banden. Soms kun je er daarom ook voor kiezen om de achterkant van de zetkast te stempelen.

Plateau vijlen

Ringen lopen rond. Om hier een zetkast (waar de steen in komt te zitten) stevig op de ringband te solderen heb je daarom niet veel houvast. Je wilt uiteraard een zo stevig mogelijk geheel maken. Daarom vijl je op jouw ringband een klein plateautje waarop jouw zetkast uiteindelijk komt te staan. Een ander voordeel hiervan is dat de zetkast op deze manier lager in de ringband komt te staan. Esthetisch is dit vaak ook mooier dan een hele hoge zetkast.

Teken eerst met een kraspen op jouw ringband hoe breed jouw steen is. Het plateau mag niet breder worden dan de steen. Dit is vooral belangrijk als je een kleine steen gebruikt. Bij kleine stenen wordt het plateautje smaller dan bij grote stenen.

Een plateau hoeft niet heel diep te zijn, maar wel breed genoeg zodat de zetkast stevig op de ringband kan komen te staan. Vijl met een rechthoekige vijl in een rechte hoek. Check regelmatig of je niet een diagonale lijn vijlt. De zetkast moet recht op de ringband kunnen komen te staan en niet kieperen naar één kant. Controleer dus regelmatig of dit goed gaat.

0
    0
    Jouw winkelwagen
    Jw winkelwagen is leegTerug naar de shop